Op 8 oktober vond het laatste “klimmers-uitstapje”
plaats van het clubje René van Dongen, René Punt, Michel van Tilborg e.a. Het
was de organisatoren gelukt om in zo’n 110 km alle bekende hellingen/heuvels uit
de Amstel Goldrace op te nemen, al een prestatie op zich. Deze keer werden de
helden vergezeld van een aantal partners/echtgenotes. Zij zouden een
“partnerprogramma” volgen: een stevige wandeling in het heuvellandschap tussen
Berg en Terblijt en Bemelen.
Om kwart voor acht werd ik opgehaald door John van
Broekhoven en vervolgens reden we naar Ossendrecht om Toon Hugens op te halen.
Hij was nl. bereid die dag met John’s auto achter ons aan te rijden. Vervolgens
reden we naar het verzamelpunt op de carpoolplaats aan de A58 bij Hoogerheide.
Tegen half negen kwam de rest van de karavaan daar aan met Jos (waar is hier ’t
toilet)Herrings, Michel(Sjel mijn grote voorbeeld) en Suzanne van Tilborg,
Harold Verstraeten, René en Corinne van Dongen en Bas ter Stege (aspirant lid!)
met partner. Jan Haverhoek en René Punt blijken met hun echtgenotes al in het
Limburgse te vertoeven, hen ontmoeten we als we rond tienen die ochtend in Berg
en Terblijt arriveren.
De zon heeft de mist dan doorbroken en het belooft
een prachtige nazomerdag te worden. Voordat we wegrijden wordt nog
even een tafel besproken, de dames gaan met z’n vijven aan de wandel en wij
rijden weg in de richting van Maastricht. Daar stuiten we al gelijk op enkele
vervelende paaltjes die Toon met de volgwagen tot een omweg noodzaken. Dit lijdt
even tot onduidelijkheid omdat Toon net niet overal de juiste afslag neemt maar
na een klein kwartiertje rijden we verder richting Bemelen waar Toon aansluit en
de dames al een terrasje hebben gevonden waar het gezien de reacties goed toeven
is. De eerste klim van de dag is de goed lopende Bemelerberg. Ik rijdt die met
het buitenblad op maar omdat dit de eerste heuvel is merk ik toch wel dat ik
warm moet draaien, kortom, ’t doet pijn. Halverwege wordt ik bijgehaald door
René van Dongen en samen komen we als eerste boven, Sorry, René iets eerder!
René van Dongen, Bas ter Stege en vooral Jan Haverhoek zijn de betere klimmers
van de dag. Zelf rij ik vooral de eerste 40 km mee vooraan maar merk dan dat het
verstandiger is wat gas terug te nemen en even niet meer te reageren op de
uitdagende blikken van onze voorzitter die zo ‘s graag achterom mag kijken om te
zien wat voor slagveld hij heeft aangericht. En natuurlijk laat ook onze beer
van Borgvliet zich regelmatig op kop zien maar dan vooral tussen de heuvels in.
Geregeld hoor ik hem ook steunend als een beer pogingen ondernemen in mijn wiel
te geraken wat soms wel en soms niet lukt. John van Broekhoven en René Punt
volgen meestal op wat afstand maar komen toch meestal snel achter de eersten
boven. Bij Slenaken rijden we een leuk rondje want daar is de Schilberg in het
parcours opgenomen. Ik ga d’r ’s even lekker tegenop in de veronderstelling dat
ik na een bochtje geconfronteerd ga worden met een stijgingspercentage waar m’n
derailleur van gaat kraken. En dat is ook zo. Ik kan nog net op tijd wat
terugschakelen maar sta dermate geparkeerd dat René, Jan en Bas over me heen
knallen en ook Sjel met al z’n kilo’s maar evenzoveel moraal! Naar de top toe
kom ik weer terug in een goed ritme en rij zonder problemen naar boven. De
volgende uitdaging is gelegen nabij Teuven in het bovenste bos. Dit zegt al dat
we van onder naar boven gaan. Dit is een mooie haarspeldbochtenklim en ik
probeer erop te oefenen tussen de bochten tempo te rijden en elke haarspeldbocht
binnendoor-schuin aan te snijden en te versnellen. Naar later blijkt zeer tot
frustratie van Jos die mij telkens opnieuw ziet wegrijden. We rijden in de klim
nog een echtpaar voorbij waarvan de dame op een “gewone” fiets in eerste
versnelling omhoog rijdt.
De klim Camerig/Zevenwegen is een lekkere om met een
strak tempo op te rijden. Ik laat me voorbijrijden door René om zo lang mogelijk
in z’n wiel te kruipen. Dat lukt tot een paar honderd meter onder de top. In het
Vijlerbos rijdt Sjel een strak tempo omhoog, wel met René, Jan, Bas en mezelf in
z’n wiel. Kort voor de top moet hij ons toch even laten gaan, Bas troeft hier
Jan Haverhoek af in een sprintje. Het blijft klimmen en dalen en klimmen
enzovoort want na een lekkere afdaling komen we aan de voet van de Vaalserberg.
Jan Haverhoek is met bas al met wat voorsrpong aan deze klim begonnen. Ik neem
even wat gas terug en pas als ik weer de uitdagende blikken van René ontwaar doe
ik nog een poging voor hem op het “dak van Nederland” te komen. René heeft
echter nog een sprint en wat eerzucht over zodat hij me net voor is. In de
afdaling naar Gemmenich vergeet Sjel tijdig terug te schakelen bij de bocht van
270 graden. Hier gaan we weer terug omhoog naar de oude grensovergang. Nu zijn
er even geen echte hellingen die je als
een klim kan aanmerken. Deze doemt pas weer op na het plaatsje Partij. Hier
rijden we de “Oude” Gulperberg op, een muur met als steilste stuk 19%. Sjel komt
daar als eerste boven nadat hij met Jos een coup had gepleegd door al voor het
plaatsje Partij weg te rijden. Daar ik halverwege iets voel in mijn bovenbeen
wat ik liever niet voel doe ik het rustig aan en rij zigzag omhoog. John van
Broekhoven rijdt hier ws als snelste omhoog, zich vastklampend aan de volgwagen.
Na de Kruisberg, volgens Sjel niet zijn vriend, gaan we richting de Eijserbosweg.
Ik neem me voor hier weer vooraan te gaan rijden, maar al snel voel ik dat dit
nog niet het juiste moment is. Een collega-hobbyïst die kort daarvoor bij ons
was aangesloten gaat middenin de klim van de fiets, trekt een trui uit en sprint
vervolgens weer naar boven, velen in frustratie achterlatend. Mijn opmerkingen
daarover komen kennelijk hard aan want even later is hij uit ons beeld
verdwenen. De Fromberg lijkt me bij uitstek een klim om met een groter verzet,
buitenblad, op te gaan, temeer daar ik ook al besloten heb rustig de komende
Keutenberg en Dode Man op te rijden. En kennelijk heb ik weer wat betere benen
want zonder pijn of verzurings-verschijnselen rijdt ik vlot naar de top,
eventjes zelfs met een snelheid van tegen de 30/uur, me afvragend waar de rest
blijft. De eerste die ik zie is een 2e hobbyïst met een bolletjestrui
die zich bij ons heeft aangesloten.
De Keutenberg is de volgende kuitenbijter die geen
toelichting behoeft. Ik rij deze met reserve op, percentages boven de 15% liggen
me vandaag niet zo. John en René besluiten hierna een kortere route terug naar
Berg en Terblijt te kiezen, een rondje over de Dode Man laten zij voor wat het
is. Ook weer een hele steile maar wel op het eind wat afvlakkend zodat ik van
achteren uit nog een aantal groepsleden voorbij rij. Zo gaan we richting de
“finish”, maar eerst nog even de Cauberg. Ik probeer weer zo groot mogelijk
omhoog te gaan maar als ik op kop in plaats van terug een tandje bijschakel sta
ik toch even geparkeerd. Toch maar op het binnenblad om weer op gang te komen en
om nog net Jan en Rene als eerste te zien bovenkomen. Vervolgens gaan we een
beetje uitbollen (dacht ik) naar de slotklim aan de Geulhemmerweg. We rijden
hier echter met snelheden van 40 op het vlakke naartoe met kort voor de klim nog
een laatste, gevaarlijke afdaling. Hier komen we goed doorheen en zo beginnen we
aan de laatste klim. Voor me zie ik René van Dongen tot 2 X toe “sterven”, toch
kom ik telkens net te laat om hem voor de parkeerplaats te passeren.
Vervolgens gaan we ons na wat uithijgen omkleden op
de parkeerplaats, sommigen tussen de auto’s, anderen niet. De dames blijken
alweer in Bemelen op een terras te verblijven dus het duurt even voordat we naar
het restaurant de “Geulhemmermolen” kunnen afdalen. Hier wordt nog stevig
nagepraat over de rit van vandaag en andere belangrijke zaken. Opnieuw vond ik
dit een hele geslaagde dag. Het was een zware, doch fraai uitgezette route door
een mooi stuukske Nederland. Toon Hugens wordt hartelijk bedankt voor het
besturen van de volgwagen, niet te onderschatten als je regelmatig achter een
clubje zotten rijdt die met 5 km/uur een heuvel oprijden!