|
OESTERDAM, ALTIJD
OPPASSEN GEBLAZEN!!
Een verlate, korte impressie van een ritje op de Oesterdam
Op weg
naar de Oersterdam is het al een beetje nerveus. Climax wat dat betreft
is het feit dat Sjoerd voorin de groep van het fietspad 'gereden' wordt.
Men is hier al druk bezig positie te kiezen. Het valt me op dat we dik
boven de 30 per uur rijden. Gezien het feit dat we de wind pal op kop
hebben (wk 3 á 4) is dit op zich geen probleem omdat iedereen
uit de wind kan rijden (op de koprijders na uiteraard). Maar ik houd
mijn hart vast voor de Oesterdam, met de wind pal van opzij.
Op de Oesterdam zelf wordt het tempo niet terug genomen, sterker nog,
doordat op het eerste stuk de wind enigsinds wegvalt door de begroeing
op de dijk aldaar gaat het tempo omhoog. Ik zit achterin en moet een
tijdje 36 per uur rijden om weer aan te sluiten, mede omdat het opdraaien
van de dam licht chaotisch gaat. Eenmaal aangesloten constateer ik dat
we constant 33 of harder gaan, ook nadat de wind vrij spel krijgt nadat
we de dam daawerkelijk oprijden. De wind komt hier pal uit het westen
en dus kan er nauwelijks uit de wind gereden worden. Wanneer we over
de volle breedte van de weg rijden betekent dit dat er ongeveer een
man of 15 uit de wind kan zitten en de rest dus niet ideaal kan zitten.
Je hoeft geen professor te zijn om te weten wat dat betekent! Veel leden
zullen dus constant in de wind komen te zitten en na enige tijd zullen
dat de mindere goden zijn omdat die zich niet kunnen handhaven voorin.
Vergeet niet dat de Oesterdam 10 km (= ongeveer 25 á 30 minuten)
lang is!!
Achterin houden Jan Hermes (Complimenten Jan, erg goed en oplettend
gereden) en ik de boel in de gaten en zoveel mogelijk uit de wind. René
zit halverwege en pendelt op en neer en ook dit altijd aan de windkant
om zoveel mogelijk leden een plekje uit de wind te bezorgen. Op zich
gaat het nog redelijk goed want zonder al te veel problemen blijft de
groep bij elkaar. Maar ook hebben een aantal leden het nu al heel zwaar,
zoals Piet v E, Jan Haverhoek, Peter Schijven. Ikzelf rijd één
keer helemaal naar voren omdat we op dat moment 'gewoon' 33 per uur
rijden. Ook René is een aantal keer voorin geweest om het tempo
te drukken.
Na halverwege zie je dat een groot aantal leden op klappen staat. Er
wordt wat gezwabberd en men is constant bezig positie te kiezen en te
houden. Telkens zie je leden die hun plekje uit de waaier niet hebben
kunnen vasthouden in één keer naar achteren zakken en
daar constateren dat er geen plek is om uit de wind te zitten. Toen
ben ik een tweede waaier gaan vormen. Het tempo is iets gezakt maar
nog steeds meer dan 31 km/uur. Als ik na tien minuten wat rumoer hoor
constateer ik dat er iemand 300 meter achter die tweede waaier zit.
Ik laat me dan afzakken om Jan Haverhoek bij te staan. We rijden met
zijn tweeen niet harder 25 km/uur omdat het bij Jan op is. Ik merk dat
men voorin nu in de gaten heeft dat er mensen af zijn en één
voor één wacht en man of acht nu op ons. En dan zie ik
de groep voorin tot stilstand komen. Ik dacht dat ze op ons stonden
te wachten maar het blijkt dat er een man of vier op de grond gegaan
is.
Daarna
is de snit eruit en wil een aantal leden, onder ivloed van de koude
wind en het lange wachten behoorlijk afgekoeld, zo snel mogelijk naar
huis. Daarom besluiten we geen finale meer te houden. Eenmaal aangekomen
in de Kajuit blijkt het met onze patient Mark alweer wat beter te gaan.
Daan.
|