| GROTE
OPKOMST ZATERDAG-ARDENNENRIT
Afgelopen
dinsdag met Rob Naaijkens afgesproken om met de club
mee te gaan naar de Ardennen in het kader van het maandelijkse
uitstapje van de club. Via onze voorzitter vernamen
we dat we met 12 man zouden zijn. (Eigenlijk
11 en één vrouw, sorry Corrie!).
Uiteindelijk zou ook Renzo nog aanschuiven waardoor
het peloton maar liefst 13 TC-ers groot was want ook
Robbert, John M, René P, Jan Ha, Walter, Jos,
Hylke en Rob Franken waren van de partij!
De
weersvoorspellingen waren niet helemaal hoopgevend:
Vanuit het zuiden opkomende bewolking gevolgd door buien.
Ook zou er een stevig wind staan uit zuidoostelijke
richting. Niet dat dat de pret zou drukken overigens.
De heen reis ging voorspoedig zonder files of ander
ongemak. Alleen had voorrijder René zijn tom-tom
geprogrammeerd op ‘Kortste Route’. Kort
zal tie best wel geweest zijn maar die karrensporen
die we voorgeschoteld kregen waren beslist niet de snelste
route! Nadat we snelweg af waren gingen we kriskras
door het landschap om uiteindelijk vlak bij de camping
uit te komen. Etappe 1 was volbracht.
René
had een route uitgezet die grotendeels de bestaande
‘Route des Sommets Lienne et Ambleve?’ zou
volgen. Het zouden ongeveer tussen de 80 en 90 kilometers
gaan worden met een aantal voor ons bekende heuveltjes.
Vertrek- en eindpunt was camping Les Salins, een plek
waar we al eerder met de club ook gestart zijn tijdens
de reguliere Ardennenritten van een paar jaar geleden.
Bij aankomst bleek dat het sanitair er pico-bello en
zo te zien gloedje nieuw bij lag. Aangezien Jos, zoals
te verwachten was, de herentoilet langdurig bezet hield
piepte ik snel even bij de dames binnen. En hoewel de
WC er echt hetzelfde uit ziet is het toch wel een bijzonder
gewaarwording. Corrie had er in ieder geval geen bezwaar
tegen (denk ik)!
Nog
steeds schijnt het zonnetje wanneer we ons aan de wegkant
omkleden. Alhoewel er al duidelijk bewolking te zien
is, is het uit de wind een heerlijk temperatuurtje.
Uit ervaring weet ik dat je toch nog wel frisjes kan
zijn hier, zeker tijdens de afdalingen. In eerste instantie
wil ik dan ook gewoon shirt lange mouw aantrekken. Maar
na enige opmerkingen van andere leden laat ik me toch
overhalen om iets meer zomers aan te trekken. Daar zou
ik later wel spijt van krijgen trouwens. En niet alleen
ik…. Maar goed. Wanneer iedereen zo ver is wordt
het tijd om op pad te gaan en rijden we gemoedelijk
richting Liernieux.
Al
binnen een paar kilometer mag ik stoppen omdat de bidon
uit mijn houder gesprongen is. Regelmatige vertoevers
in de Ardennen zal dit verschijnsel waarschijnlijk niet
onbekend zijn. De weg is hier zo onnoemelijk slecht
van kwaliteit dat je je soms afvraagt of het niet Parijs-Roubaix
is waar we in terecht gekomen zijn. En hoewel we ook
wel hele stukken op nieuw en glad asfalt hebben gereden,
zijn veel stukken een hobbelige lappendeken van asfaltreparaties.
Het is duidelijk dat hier al vele jaren alleen opknapwerkzaamheden
zijn uitgevoerd.
Maar
deze minieme onvolmaaktheden vallen ruimschoots weg
tegen de gezelligheid van onze club en de imponerende
schoonheid van dit stuk van de Ardennen. We zitten hier
in het gebied waar de Ambleve en andere Ardense stroompjes
diepe dalen in het heuvelende landschap hebben uitgesleten.
Zij zijn er de oorzaak van dat we nu zulke mooie klimmetjes
hier kunnen fietsen! Ik heb vandaag weer mogen genieten
van de prachtige vergezichten onderweg.
De
eerste twintig kilometer gaan heel geleidelijk omhoog.
We rijden in een lekker tempo wat voor iedereen goed
te doen is. De eerste echte klimmende kilometers krijgen
we in Lierneux. Tijdens een Ardennenrit hebben we hier
wel eens stil gestaan ivm een plaatselijke kermis. Deze
keer moeten we echter weer wachten omdat Walter moeite
heeft om de groep te volgen. Later zou blijken dat hij
een beginnende keelontsteking onder de leden had. Eenmaal
weer allemaal samen maken we ons op voor de eerste kuitenbijter
van de dag. De Cote de Brume (183 Cotacol punten), beter
bekend als de ‘Tákkenklim’. Tjonge
wat een verschrikkelijke puist is dit. Ik ben in ieder
geval blij dat ik met voorkennis rond rijd. Deze klim
ontploft eventjes na de start om vervolgens wat af te
vlakken. Als je denkt dat je dan bijna boven bent dan
komt de verrassing na de bocht want dan aanschouw je
deel twee en stijgt het klimmingspercentage weer explosief.
Voor het eerst vandaag wordt de hele groep uit elkaar
gereden. De mannen met de klimbenen komen nu vanzelf
boven drijven. Het zijn Rob N en Hylke die als eerste
boven komen, niet voor het laatst vandaag! Walter en
Jos slaan deze klim trouwens over en rijden direct door
naar Trois Ponts.
In
het dorp van de drie bruggen kiezen we de route naar
de volgende klim: de Mont de Fosse (154 Cotacol punten).
Een klim met een steil begin. Sommigen, onder leiding
van René en René, kiezen voor de extreem
steile binnendoor weg terwijl de anderen de ‘normale’
route buitenom nemen. Daarna is de klim niet bijzonder
steil maar houdt wel lekker lang aan. Bovenop gekomen
sta ik een partij kou te leiden en ben erg blij dat
ik het windjasje van Rob N aan mag trekken. De keuze
voor de korte mouwtjes was dus duidelijk een verkeerde.
De zon is compleet verdwenen achter de bewolking en
de alsmaar aantrekkende wind voelt fris aan. Ook Corrie
heeft het een partij koud, getuige het kippenvel op
haar afgetrainde (en Maljorca-bruine) lichaam. Hierboven
is het even telefoneren naar Jos en Walter. We hadden
ze verwacht hier aan te treffen, maar zij zijn inmiddels
al aan de volgende klim begonnen: de Wannes.
We
zijn dan al over de helft en mijn benen voelen als enige
plekje op mijn lichaam zich nog prima. Verder heb ik
het koud en heb ik buikpijn. Maar onderweg heb ik tot
mijn verbazing steeds weer deelnemers aan de toertocht
LBL ingehaald. Schijnbaar met speels gemak want velen
van hen rijden rond op een pielverzetje. Geen wonder
dat ze totaal geen snelheid hebben. Ik ga er vanuit
dat zij er dan al meer dan 100 km op hebben zitten en
wij nog relatief fris zijn. Maar goed, ik zet mijn persoonlijke
ongemakken opzij en ook wij gaan op weg naar de lastigste
klim van de dag: de Wannes (202 cotacol punten). Een
klim met op en neer gaan en een paar heftige stukken
erin. Als ik deze goed doorkom heb ik het ergste gehad
voor vandaag weet ik. Ook nu klim ik weer redelijk gemakkelijk
naar boven. Onderaan de klim ben ik even gestopt om
mijn windjasje uit te doen en begin als laatste van
de groep.
Na
de Wannes dalen we in een moordend tempo, mijn teller
geeft een maximum van 77 km/uur aan!, naar Stavelot.
Via de Haute Levée (201 Cotacol punten) verlaten
we al weer snel dit stadje. De klim zelf is wel aardig,
de entourage is zwaar onder nul. De weg is via betonnen
afzettingen in twee weghelften gescheiden en de auto’s
hebben moeite om ons op dit smalle deel te passeren.
We komen nu terecht in een toerclub uit Ieper. Drukte
alom dus! Eenmaal boven slaan we rechtsaf en is het
opletten om de afslag binnendoor naar de Rosier niet
te missen. Rob N en Hylke zijn wederom als eerste boven
maar zien de afslag over het hoofd en dalen gezellig
af met extra kilometers op de koop toe!
Nog
één laatste klim volgt nu. De Rosier die
we langs de zuidkant pakken. (272 Cotacol punten) De
hoeveelheid cotacol punten zal wel met de lengte te
maken hebben want echt steil is deze heuvel niet. Ik
ben net goed en wel op gang wanneer ik gebeld wordt
door Rob. Hij heeft bemerkt dat ze fout gereden zijn
en vraagt zich af hoe hij het beste kan rijden. Er zit
voor hen niets op dan via een lusje naar de voet van
de Rosier te komen en alsnog aan de klim te beginnen.
Hij en Hylke zullen dit keer dus niet als eerste maar
als laatste boven komen! De rest zal daar dan op hun
wachten.
Van
dat wachten komt niet veel omdat nu meer mensen het
koud krijgen. Samen met René wacht ik op de achterblijvers
terwijl de rest aan de afdaling naar La Gleize begint.
Hier ligt de weg er gelukkig prima bij en kan er weer
flink vaart gemaakt worden. In La Gleize worden we herenigd
en vangen we met z’n 11ven de laatste kilometers
aan. Walter en Jos zitten dan inmiddels al aan de dis
op de camping. René Punt loodst ons binnendoor
terug terwijl voor een aantal de kilometers beginnen
te tellen. Het snot uit de neus en de knalrode tronie
van Jan Haverhoek spreken wat dat betreft boekdelen!
Even
later zijn we terug bij de auto’s en gaat iedereen
zich omkleden. In de kantine nemen we rondje om te klinken
op de leuke rit van vandaag en ben ik weer blij dat
we allemaal zonder kleerscheuren zijn thuis gekomen!!
Daan
van Dommele
|