|
|
||
|
Velomediane Claude Criquielion
Een orkestje aan de rechterkant van de weg probeert het leed wat te verzachten. Bovendien geven de vele toejuichingen van het publiek extra motivatie om dit tot een goed einde te brengen. Zeker in het eerste deel van de cyclo is er groot enthousiasme van het publiek en op enkele beklimmingen staat het zelfs rijen dik. Ook verbaas ik mij over de vele draaiorgels die hun klanken aan de renners ten gehore brengen. Na deze kwellende kilometer is er nog een stuk “vals plat” van enkele kilometers tegen 6% maar dit voelt in vergelijking tot de eerste kilometer als de brug bij Bath. Ik weet nu dat ik mijn bidon kan opdrinken en kan opschakelen naar de eerste ravitaillering. Daarbij staan grote bakken gevuld met sportdrank en met een grote haal wordt mijn bidon gevuld. Ik voel me nu wat meer op mijn gemak en schat in dat het rijden met 1 bidon geen onoverkomelijke zaak hoeft te zijn. Na 67 kilometer wacht een wrede opeenstapeling van 4 cols. De Côte de Gohette, de Côte du Parc à Gibier, de Côte de Haussire en tenslotte de Côte de Samree. Inmiddels is er een groep geformeerd die mijn maten voor de rest van dag zullen gaan worden. Opvallend makkelijk ga ik de Rue Gohette op. Direct loopt het op tot 18%. Met de Parc à Gibier het vervelendste gedeelte van de klim. Ik weet dat mijn zus hier met mijn zwager en kinderen zal staan en kijk aandachtig naar boven. Velen komen hier in de problemen en de eerste afstappers zijn een feit. Mijn tempo blijft gelukkig constant en ik houd mijn hartslag binnen de perken en kom niet aan de hijggrens. Daar zie ik mijn zus staan en ga geroutineerd aan de kant van de weg rijden om vluchtig hun handen aan te tikken. Hun aanmoedigingen doen mij goed en ik versnel wat. Ik wil een goede tijd neerzetten op de Haussire waar een aparte officiële meting wordt gedaan. Ik blijk achteraf met een gemiddelde van 13 km p/u de nr. 1 uit de Cotacol te hebben geklommen en ben daar dik tevreden mee. Aan de voet van de Côte de Samree, bekend als slotbeklimming van de Ardennenrit van onze TC besluit ik me op kop van ons peloton te zetten. De benen gaan goed rond en ik zit steeds meer te denken dat “goud” zou moeten lukken. Hoe zou het John en Jan vergaan? Hoe zouden zij de hitte verdragen? De temperatuur is inmiddels naar tropische waarden opgelopen met 28 graden. Het wordt opmerkelijk stil in onze groep. De sfeer in een cyclo is heel anders dan een toertocht. Na 140 km geeft mijn lichaam het signaal af dat ik hoognodig koolhydraten moet gaan bijtanken en neem ik de tijd om al rijdend een gelletje, een reep en een koek tegen heug en meug tot mij te nemen. Met moeite en de nodige stuurmanskunst krijg ik het naar binnen maar ik spreek met mijzelf af dat het “moet” omdat ik anders de man met de hamer ga tegenkomen. Op de Col de Rideux Nord blijf ik mijn peloton trouw maar zak ik wat herkauwend naar achteren. Wat zijn die repen op zo’n moment toch moeilijk te verteren. Al snel merk ik dat het “bijtanken” het gewenste effect hebben. Ik besluit mij weer op kop van het pelotonnetje te zetten. Mijn inschatting op dat moment is dat er toch aardig doorgetrapt moet worden om binnen 6 uur en 20 te finishen voor een gouden diploma. Een zekere twijfel begint zich van mij meester te maken. Ik begin te rekenen en komt tot de conclusie dat het wel haalbaar kan zijn maar sterk afhangt hoe ik de laatste colletjes zal overwinnen. De groep vertoont dan Pattex-achtige trekken en slechts een enkeling is nog bereid kopwerk te doen. Maar we moeten doorrijden… Een bordje vermeld dat er nog 2.8 km met een gemiddeld stijgingspercentage van 5,6% geklommen moet worden. En daarna nog een toetje van 1,7 km klimmen. In deze fase van de Cyclo geen sinecure. Elke spier doet nu verschrikkelijk pijn maar ik voel me bij machte om het tempo toch nog verder op te schroeven. De dood of de gladiolen. Boven op de laatste col zie ik tot mijn grote verbazing mijn zus weer staan die me hartstochtelijk aanmoedigt. “Je hebt nog 20 minuten voor goud”. Ik kijk naar mijn kilometerteller. Van hieruit is het denk ik nog ongeveer 10 km. Ik besluit om het Pattex-team te verlaten en de afdaling naar La Roche vanuit Samree vol in te gaan. Ik kom op de lichte afdaling niet meer onder de 60 km per uur en zie een renner voor mij stevig doortrekken. Op de 53*11 rijd ik naar hem toe en een knikje zegt mij voldoende. Hij heeft dezelfde ambities en we sluiten voor enkele minuten vriendschap. We rijden kop over kop met een snelheid van 70 km per uur naar La Roche. Ik kijk naar mijn teller en zie de kilometerteller grote vorderingen maken. Zou het lukken…..Ik moet geconcentreerd blijven. Als we in La Roche over de brug afbuigen sluiten we aan bij een peloton van een man of 20. Het tempo wordt opgeschroefd en we denderen op de finishstreep af. Ik win deze pelotonspurt en knijp in mijn remmen. Even weet ik niet meer waar ik ben en besluit om op een bankje uit te hijgen en alles weer op een rijtje te krijgen. In 6 uur en 6 minuten in een gemiddelde van 28,69 km p/u heb ik de zwaarste cyclo van België gereden. Rene van Dongen
|
||