clubfoto 2007

Tc de Markies

Mededelingen

Routes

Ritverslagen

Uitslagen

Statistieken

Reglement

Sponsors

Verhalen van Leden

Programma ATB

Programma 2008

Bestuursinformatie

Reacties leden

Activiteiten door leden

Aankondigingen leden

Clubblad op internet

TC in de Pers

Media

Velomediane Claude Criquielion

Logo CriquielionOm half 5 gaat de wekker af en weet ik dat er geen ontkomen meer aan is. Vandaag ga ik met John Mens en Jan Haverhoek de Velomediane Claude Criquielion rijden. Door velen betiteld als de zwaarste cyclosportif van België. 175 km in de omgeving van La Roche met 24 hellingen en 3300 hoogtemeters. Er zijn dagen dat ik er minder rijd…  De voorpret begon met het ontvangen van het bewijs van inschrijving. Zo spreekt de brief van een beginnende lijn (start) en meer van dit soort babylonische spraakverwarringen, zo u wilt vertalingen vanuit het Frans. Om 07.30 uur arriveren we in La Roche waar een heuse sfeer van een wedstrijd hangt. Grote spandoeken verwijzen ons naar de “beginnende lijn” maar eerst moet ik naar het bureel om daar mijn bikechip en startnummer op te halen. Om 08.15 uur stellen we ons op aan de oevers van de Ourthe alwaar een serene rust hangt en de gezichten strak staan. Allen wachtend op een helletocht. En dan om 09.00 uur horen we de omroeper aftellen en wordt door Claudy zelf het startschot gegeven. We staan redelijk vooraan en nog geen minuut later hoor ik de piep van de tijdregistratie als teken dat het nu menens wordt. Ik voel me goed en kan me in het begin goed naar voren rijden. Consolideren en niet te gek van stapel lopen is vandaag het devies. Als snel merk ik dat zodra we La Roche verlaten en aan de eerste Côte beginnen, de temperatuur fors oploopt. Dit zal voor velen, zo blijkt, een belangrijke factor worden. Als ik de top van de Beausaint “aantik” wordt aangezet voor de afdaling. Plots kom ik daarbij in een kuil terecht die ik niet meer kan ontwijken kom tot mijn schrik tot de ontdekking dat ik mijn bidon heb verloren. Ik ben blij dat ik geen valpartij veroorzaak en besluit de bidon te laten liggen en spaarzaam met mijn water om te gaan. Na 60 km is immers de eerste ravitaillering. Omdraaien met een hijgend peloton in mijn nek is mij bovendien te gevaarlijk. Het blijkt dat ik John en Jan in de klim heb gelost. Van te voren hadden we hier afspraken over gemaakt. Ieder rijdt zijn eigen race. Als we over de finish zijn berichten we elkaar per SMS.

Route CriquielionHet eerste deel van de Velomediane valt mij eigenlijk reuze mee maar na 9 côtes (van de 24!) is het echt menens. Bij Maboge komt de eerste echte kuitenbijter in het vizier. Op de site van de Velomediane waarschuwt Claudy om bij de brug over de schakelen naar 39*25. Een wijze raad zo blijkt. Na de brug begint de klim van de Mur de Velomediane (Pied Monti). Ik heb vandaag macht en kan hem zelfs op de 39*23 bedwingen. Eén kilometer met een lang stuk van 20% doet velen pijn. Op de (lezenswaardige) site www.kuitenbuiters.com  vind ik de volgende omschrijving die ik u niet wil onthouden: Harken , stoempen, trekken en doorbijten is het devies. Iedere lijn in het grijze beton is een volgend richtpunt om u zelf naar toe te slepen (hoe ze deze betonnen platen hebben kunnen storten zonder dat het cement de helling af gleed is trouwens een van België zijn best bewaarde staatsgeheimen)

Een orkestje aan de rechterkant van de weg probeert het leed wat te verzachten. Bovendien geven de vele toejuichingen van het publiek extra motivatie om dit tot een goed einde te brengen. Zeker in het eerste deel van de cyclo is er groot enthousiasme van het publiek en op enkele beklimmingen staat het zelfs rijen dik. Ook verbaas ik mij over de vele draaiorgels die hun klanken aan de renners ten gehore brengen. Na deze kwellende kilometer is er nog een stuk “vals plat” van enkele kilometers tegen 6% maar dit voelt in vergelijking tot de eerste kilometer als de brug bij Bath. Ik weet nu dat ik mijn bidon kan opdrinken en kan opschakelen naar de eerste ravitaillering. Daarbij staan grote bakken gevuld met sportdrank en met een grote haal wordt mijn bidon gevuld. Ik voel me nu wat meer op mijn gemak en schat in dat het rijden met 1 bidon geen onoverkomelijke zaak hoeft te zijn. Na 67 kilometer wacht een wrede opeenstapeling van 4 cols. De Côte de Gohette, de Côte du Parc à Gibier, de Côte de Haussire en tenslotte de Côte de Samree. Inmiddels is er een groep geformeerd die mijn maten voor de rest van dag zullen gaan worden.

Opvallend makkelijk ga ik de Rue Gohette op. Direct loopt het op tot 18%. Met de Parc à Gibier het vervelendste gedeelte van de klim. Ik weet dat mijn zus hier met mijn zwager en kinderen zal staan en kijk aandachtig naar boven. Velen komen hier in de problemen en de eerste afstappers zijn een feit. Mijn tempo blijft gelukkig constant en ik houd mijn hartslag binnen de perken en kom niet aan de hijggrens. Daar zie ik mijn zus staan en ga geroutineerd aan de kant van de weg rijden om vluchtig hun handen aan te tikken. Hun aanmoedigingen doen mij goed en ik versnel wat. Ik wil een goede tijd neerzetten op de Haussire waar een aparte officiële meting wordt gedaan. Ik blijk achteraf met een gemiddelde van 13 km p/u de nr. 1 uit de Cotacol te hebben geklommen en ben daar dik tevreden mee. Aan de voet van de Côte de Samree, bekend als slotbeklimming van de Ardennenrit van onze TC besluit ik me op kop van ons peloton te zetten. De benen gaan goed rond en ik zit steeds meer te denken dat “goud” zou moeten lukken. Hoe zou het John en Jan vergaan? Hoe zouden zij de hitte verdragen? De temperatuur is inmiddels naar tropische waarden opgelopen met 28 graden. Het wordt opmerkelijk stil in onze groep. De sfeer in een cyclo is heel anders dan een toertocht. Na 140 km geeft mijn lichaam het signaal af dat ik hoognodig koolhydraten moet gaan bijtanken en neem ik de tijd om al rijdend een gelletje, een reep en een koek tegen heug en meug tot mij te nemen. Met moeite en de nodige stuurmanskunst krijg ik het naar binnen maar ik spreek met mijzelf af dat het “moet” omdat ik anders de man met de hamer ga tegenkomen. Op de Col de Rideux Nord blijf ik mijn peloton trouw maar zak ik wat herkauwend naar achteren. Wat zijn die repen op zo’n moment toch moeilijk te verteren. Al snel merk ik dat het “bijtanken” het gewenste effect hebben. Ik besluit mij weer op kop van het pelotonnetje te zetten. Mijn inschatting op dat moment is dat er toch aardig doorgetrapt moet worden om binnen 6 uur en 20 te finishen voor een gouden diploma. Een zekere twijfel begint zich van mij meester te maken. Ik begin te rekenen en komt tot de conclusie dat het wel haalbaar kan zijn maar sterk afhangt hoe ik de laatste colletjes zal overwinnen. De groep vertoont dan Pattex-achtige trekken en slechts een enkeling is nog bereid kopwerk te doen. Maar we moeten doorrijden… Een bordje vermeld dat er nog 2.8 km met een gemiddeld stijgingspercentage van 5,6% geklommen moet worden. En daarna nog een toetje van 1,7 km klimmen. In deze fase van de Cyclo geen sinecure. Elke spier doet nu verschrikkelijk pijn maar ik voel me bij machte om het tempo toch nog verder op te schroeven. De dood of de gladiolen. Boven op de laatste col zie ik tot mijn grote verbazing mijn zus weer staan die me hartstochtelijk aanmoedigt. “Je hebt nog 20 minuten voor goud”. Ik kijk naar mijn kilometerteller. Van hieruit is het denk ik nog ongeveer 10 km. Ik besluit om het Pattex-team te verlaten en de afdaling naar La Roche vanuit Samree vol in te gaan. Ik kom op de lichte afdaling niet meer onder de 60 km per uur en zie een renner voor mij stevig doortrekken. Op de 53*11 rijd ik naar hem toe en een knikje zegt mij voldoende. Hij heeft dezelfde ambities en we sluiten voor enkele minuten vriendschap. We rijden kop over kop met een snelheid van 70 km per uur naar La Roche. Ik kijk naar mijn teller en zie de kilometerteller grote vorderingen maken. Zou het lukken…..Ik moet geconcentreerd blijven. Als we in La Roche over de brug afbuigen sluiten we aan bij een peloton van een man of 20. Het tempo wordt opgeschroefd en we denderen op de finishstreep af. Ik win deze pelotonspurt en knijp in mijn remmen. Even weet ik niet meer waar ik ben en besluit om op een bankje uit te hijgen en alles weer op een rijtje te krijgen. In 6 uur en 6 minuten in een gemiddelde van 28,69 km p/u heb ik de zwaarste cyclo van België gereden. 3 X goud Rene, Jan en JohnRuim voldoende voor goud. Ik besluit om Corina te bellen. Overmand door emoties stamel ik door de telefoon de kleur van het edelmetaal. Ik kan het haast niet bevatten. Na 2 minuten met een gevoel alsof ik de Tour heb gewonnen begeef ik mij naar de diploma uitreiking. Dan krijg ik een SMS van John als teken dat ook hij de finishlijn heeft gepasseerd. Geweldig! Ook John heeft met nog 1 minuut en 50 seconden over goud gehaald. We feliciteren elkaar. 6 uur en 18 minuten is onder deze zware omstandigheden een puike prestatie. Het wachten is op Jan. Hoe zal Jan de laatste kilometers verteren? We hebben allebei de 235 km van Luik Bastenaken Luik recentelijk gereden maar dit is toch wel heel andere koek. Nergens is het vlak. Altijd maar die spanning op de kuiten. Ik ontvang op mijn telefoon een SMS en zie tot mijn opluchting dat Jan in 6 uur 28 de meest belangrijke krijtlijn van de dag heeft gepasseerd. Omdat Jan binnen de 6 uur en 35 na de beginnende lijn mag binnenkomen (leeftijdscategorie 50-59) heeft ook Jan het felbegeerde gouden diploma weten te behalen.
Drie maal goud dus!

Rene van Dongen