Mijn
deelname aan de Seniorgames Het zijn spelen bedoeld voor alle categorieën van mensen (dus mannen en….. vrouwen) van boven de 50 jaar uit heeeel Europa. Na lang wikken en wegen besloot ik de gok maar te wagen. Ik zou mee gaan doen, daarbij geholpen door de wetenschap dat er ook een categorie zou starten voor boven de 60 jaar. Nou, ter plaatse bij de inschrijving zag ik het meteen. Ze kwamen uit vele landen, ik zag ze uit Gelderland, uit Friesland, Zuid- en Noord Holland, Limland, en natuurlijk ook uit Zeeland. O ja, en ook nog twee uit België en een uit Australië, maar de laatste bleek een burgemeester van een of ander klein dorpje aldaar die alleen was gekomen om het startschot te lossen. Toch was het allemaal prachtig om te zien en mee te maken. Niks geen rollators, elektrike fietsen, tandems enz. Maar gewoon allemaal prachtig materiaal en ook nog veel mooie fietsen. Wel veel van die wat gerimpelde grijze mannelijk kopjes, gelukkig de meeste daarvan goed verborgen onder de fietsbroek met dikke zeem. Hoe dichter bij de start hoe banger ik werd. Ik zag de wereldkampioen veteranen van dit jaar (Oostenrijk). Ik zag Joop van Vliet, broer of zo van de huidige bondscoach (ik fietste er jaren geleden nog mee op Majorca). Ik sprak de wereld en europees kampioen duathlon (lopen en fietsen).. En wat het meest bang maakte was de korte ontmoeting met mijn plaatsgenoot K.S uit Halsteren die mij nonchalant vertelde dat hij vaak meedeed aan dit soort wedstrijden en ook dat hij bij het wereldkampioenschap nog 13-de was geworden. “We rijden altijd wel zo’n twee- drieënveertig gemiddeld” zei hij wat denigrerend kijkend naar het pompje in mijn achterzak waarvan zijn echtgenote mij even later wat vilein zou vragen of ik dat ding bij wedstrijd ook mee wou nemen! (op mijn verzoek om er dan even op te passen schudde zij gedecideerd haar hoofd, hoe durfde ik het te vragen!) Erger kon het bijna niet meer worden, ik hoopte er in ieder geval bij te kunnen blijven tijdens de eerste 600 meter achter de auto van de wedstrijdleider bij de geneutraliseerde start. Na de verplichte handtekening op het wedstrijdformulier, ja, ja, het was allemaal net echt met politie, een stuk of veertig motoren, EHBO- en materiaalauto’s, bezemwagen, enz. kwam de start. Eerst de categorie 50-60. Een man of 65 ging van start. 10 Minuten later de categorie waarin ik mee zou doen, een man of 55 van de 60+ categorie waarvoor het startschot werd gelost door die burgemeester uit dat Australische gehucht waarvan ik de naam niet goed had gehoord, ik dacht iets te verstaan als zitnie of zoiets. Wonder boven wonder overleefde ik de eerste 600 m geneutraliseerde start achter de auto en koerste stoer mee met snelheden tussen de 40 en de 45 p/u Tholen uit, richting Oesterdam. Daar stond een stevig wind dwars en algauw reed er een behoorlijk groep weg. Natuurlijk weten de meeste van jullie wel hoe ik mij in het peloton beweeg dus hoef ik dat niet uit te leggen. Ondanks de snelheden kon ik toch nog wel van de omgeving genieten. Wat een mooi asfalt en wat een prachtige achterwielen. Onderweg
af en toe wat afvallers van de eerste groep oppikkend reden we de Oesterdam
af, draaide onder de brug weer terug en reden de polder in richting
Ossendrecht. Het ging nog redelijk. We naderden langzamerhand het meest
lastige deel van het parcours met eerst de Calfven, dan de Rijzende
weg waar ik luid aangemoedigd door Charl redelijk van voren boven kon
komen. Dan de zeer gevaarlijke kinderkoppen afdaling en terug richting
oude Zeeuwse weg. Daarna een strook van zeker een kilometer of 2-3 met
weer kinderkoppen, waarschijnlijk gelegd op een maandagmorgen ver voor
de eerste wereldoorlog door de plaatselijke blinde dronkenlap. Wat een
ellende. Natuurlijk vertel ik niet waar dat verrekte weggetje ligt,
onze nieuwe wegkapitein kennende worden we dan iedere week over dat
verdomde ding gejaagd. Door een heel klein beetje ervaring wist ik met
de handjes los op het stuur en de versnelling op groot de strook ver
voorin te overleven en zag tot mijn verbazing dat de helft van de groep
er af gereden was. 45 kilometer gereden. Ik nam me voor te proberen
de 50 vol te maken. Bij het opdraaien van de Oesterdam voelde ik het
al. Wat een wind. De snelheid zakte al snel naar het tempo van onze
clubritten. Wat er toen volgde kan ik hier echt niet vertellen. Wat een ellende na ongeveer 50 kilometer koers. De straffe wind recht op de kop, de krampen in het hele lijf, moederziel alleen…Ineens schoot mij m’n laatste redmiddel te binnen. Ik had voor het eerst van mijn leven van te voren een gelletje gekocht. Ik graaide het uit mijn achterzak, hield het stevig vast en, ik had het al vaak op de TV gezien, scheurde met mijn mond het bovenstukje eraf… en ja hoor daar ging mijn gelletje, een deel in de richting van mijn mond, net mis maar wel raak op de rest van mijn gezicht en verder uitgesmeerd over het voorste deel van mijn fiets. Nou dat heb ik geweten, zelfs mijn gedisciplineerde gewoonte om bij het afslaan mijn hand uit te steken lukte niet meer, ze zaten als met pattex vastgeplakt aan mijn stuur. Gelukkig werd ik, wel kilometers verder, ingehaald door twee coureurs die er eerder op de kasseien waren afgereden waarvan ik van Dijke van het Ieland wel kende. Ik kon net aanpikken. Omdat ook van Dijke aangaf er doorheen te zitten was het tempo niet zo hoog meer. Zo naderden we de plaatselijke ronde in Tholen waar we werden opgepikt door mijn eerder besproken plaatsgenoot. Nou, zijn uitspraken over de gemiddelden van tussen de 40 en 42 p/u bleken deze keer kennelijk wat te hoog gegrepen. Makkelijk volgend in zijn wiel reden we de rondjes uit tot de laatste waarin we vriendelijk door hem werden verzocht niet mee te sprinten..hij reed immers voor de 12-de plaats zei hij (dat het allemaal wat rottig z,n strot uit kwam zal wel aan de vermoeidheid hebben gelegen, denk ik). In de groep gleden we over de finish. 78 kilometer uitgereden!! De snelheid gemiddeld tegen de 36. (gemiddelde snelheid bij de groep 50-60 38p/u!) Plaats 27. Op het podium werden de bloemen en de daarbij behorende kussen gegeven door de nog bij velen bekende atlete Olga Commandeur. Mijn vraag aan haar of plaats 27 ook voor dergelijke huldigingen in aanmerking kon komen, waarbij de bloemen niet perse noodzakelijk waren, werd door haar met het kleffe wielrennerzweet nog op haar welgevormde lippen en mond gedecideerd afgewezen. Ook mijn praatje met de winnaar van de 65 +, de welbekende schaakmeester Tim Krabbe , werd geen succes. Ik dacht dat schakers wel een beetje geheugen zouden hebben maar toen ik hem aansprak met de opmerking dat hij mij zeker nog wel zou kennen omdat hij 25 jaar geleden in het dorpscafé in Halsteren tegen mij geschaakt had, weliswaar simultaan waarbij hij het lopend langs de borden opnam tegen een stuk of twintig plaatselijke schakers, antwoordde hij ontkennend. Hij wist zich nog een stuk of negentien namen te herinneren maar die van mij echt niet meer. Ja logisch, hij won van al die negentien, maar tegen mij speelde hij remise. (Volgens mij heet dat selectief geheugen!) Meer afwijzingen kon ik die dag niet meer hebben en ik besloot, toch wel met een voldaan gevoel over een wedstrijd van 78 kilometer over een zwaar parkoers onder vrij ongunstige windomstandigheden, huiswaarts te fietsen. Beste lezer, echt waar, meer redenen om op zondag met de B mee te gaan rijden kon ik niet verzinnen.
|
|