clubfoto 2007    

Tc de Markies

Mededelingen

Routes

Ritverslagen

Uitslagen

Statistieken

Reglement

Sponsors

Verhalen van Leden

Programma ATB

Programma 2010

Bestuursinformatie

Reacties leden

Activiteiten door leden

Aankondigingen leden

Clubblad op internet

TC in de Pers

Media

GALERIEN DE MONT VENTOUX

In 2009 reed John Mens met nog een aantal andere leden van TC de Markies "La Mormotte". In 2010 waren er opnieuw enkele clubleden die een grote uitdaging op de fiets aangingen. Reinier Goosens en Albert Engels reden "La Marmotte", hiervan volgt het verslag binnenkort. John Mens richtte zich dit jaar op een wel heel bijzondere uitdaging, eentje die nog door geen enkel lid van TC de Markies voor zover bekend ooit is aangegaan!

Van Idioot tot Slaaf….

Na vorig jaar met succes de Mont Ventoux drie keer te hebben beklommen, langs drie verschillende kanten over de verharde weg binnen 24 uur, en vervolgens tot Cingle ( ofwel malloot ) gekroond te zijn, wilde ik dit jaar vier keer omhoog naar de top van de moeder aller bergen.

Maar eerst even wat vooraf ging. Aan het einde van elk fietsseizoen en tijdens de rustperiode voorafgaande aan het nieuwe seizoen, vraagt iedere fietser zich af, wat zal ik volgend seizoen eens als doel gaan stellen. Nu was dat voor mij een hele simpele vraag, het antwoord had ik al kant en klaar, nl de Marmotte rijden in een gouden tijd. Vorig jaar reed ik deze in zilver, uiteraard ook geweldig maar streber als ik ben, moet dat weer goud worden ( waarom?? Geen idee zal wel in de aard van het mensje zitten ). Echter op de datum dat de Marmotte gereden zou worden, zouden mijn ouders hun gouden bruiloft gaan vieren, dus geen gouden Marmotte dit jaar, maar wel een gouden bruiloft met veel bier.

Daar wij in de Alpen op vakantie zouden gaan, kreeg ik het idee om de Mont Ventoux dan maar vier keer op te rijden, echter wetende dat ik hier vorig jaar in de Cingle verschrikkelijk heb afgezien. Tevens zou ik mooi een nieuw trainingsschema kunnen proberen wat me werd toegespeeld, hierin train ik minder maar als ik train is de training zwaarder en langer, en deze training is echt gericht op het in goud rijden van de Marmotte.

Om de juiste hartslagen voor de zones te berekenen ben ik bij Dhr IJzermans geweest voor een sportkeuring, en de uitslagen hiervan werden in het schema geďmplementeerd. Het enige wat ik toen nog moest doen was trainen, trainen en nog eens trainen. En de juiste informatie aanvragen bij de beheerder van het Genootschap van Galeriens ( zo mag je jezelf noemen als je vier keer de puist van de Provence hebt bedwongen ), Dhr Christiaan Pic

( www.dekaleberg.nl ).

 

Langzaam maar zeker naderde de dag dat we op vakantie zouden gaan, en 24 juli was het dan zover het vertrek naar de Alpen. Hier trok ik het vele klimwerk van de afgelopen weken in de Ardenne verder door. En op de 26e juli ging ik de Alpe d’Huez op, waar ik een jaar geleden tijdens de Marmotte nog verschrikkelijk heb afgezien. Echter de eerste voorzichtige beklimming ging zo lekker dat er direct een tweede achteraan volgde.

Een paar dagen later volgde de Croix de fer  met zijn 24 km lange beklimming, ook deze liep zeer naar wens.

 

Tenslotte op 1 augustus heb ik als training de Alpe nog drie keer achtereen beklommen, dit was een mooie test, een week voor de rit op de Mont Ventoux. Echter bij de derde beklimming ging het zeer moeizaam en steeg de hartslag richting maximum waarna ik de training afgekapt heb en lekker ben gaan uitrijden. Hierna heb ik nog een training afgewerkt waarbij de Col de la Mort ( Alpe de Grand Serre ) eraan moest geloven hierna heb ik een heerlijke halve week rust genomen.

 

Op 9 Augustus liep de wekker al 4.30 uur af voor mij en mijn gezin, deze dag moest het namelijk gebeuren, we waren inmiddels verkast naar het prachtige Venasque. Zenuwen hadden zich meester gemaakt de laatste dagen voor dit moment, omdat de laatste beklimming van de Alpe d’Huez mijn hartslag flink had opgejaagd en dat na slecht 39 km klimmen. Nu moesten er echter 92 km omhoog getrapt worden van de in totaal 180 km, tegen een hoogte verschil van 6000 meter.

Toen we van ons vakantie adres naar Bedoin reden, was het nog aardedonker. Mijn bedoeling was om eerst de Route de Forestiere te bedwingen dit is een bospad wat langs een ravijn golft en zeer veel slecht wegdek heeft, zoals keien en zandgronden met grint. Echter doordat het nog donker was, besloten we eerst de Bedoinkant te doen.

Om 06.10 uur klikte ik mijn pedalen vast en groette mijn familieleden, die de hele dag mijn steun zouden zijn. De eerste route was voor mij bekend, en ik vind dit zeker niet de zwaarste kant van de Ventoux, deze gaat over 21,7 km met een gemiddelde van 7,5 %. In een mooi tempo trapte ik naar boven, langs St. Esteve, het bos door en het maanlandschap in, om vervolgens na ruim twee uur boven te komen. De tijd is in deze rit van ondergeschikt belang, het gaat om het uitrijden , en dus doseren. Mijn hartslag bleef tussen de 130-140 hangen en alleen op de laatste kilometer ging hij even naar de 145. Prima gereden dus. Ik kreeg het idee om er een sport van te gaan maken mijn hartslag heel laag te houden. Na de afdaling naar Malaucene, een stempel bij de Boulangerie gehaald en de nodige rantsoenen aangevuld. Hierna begon ik direct weer aan de klim. Deze klim wilde ik plots, waarom weet ik niet, als tweede doen, deze is  21,5 km en heeft een gemiddelde van 7,4 % . Ook deze liep prima, de hartslag moest voor mezelf steeds onder de 150 blijven, en dat lukte bijna de gehele rit. De temperatuur ging nu ook langzaam omhoog en het zweet begon van mijn lijf af te gutsen. Steeds waren er wielrenners die me inhaalden,vooral in het begin van de beklimming, maar die vielen dan halverwege totaal uitgeput stil. Dit gaf steeds meer het gevoel dat ik zeer goed bezig was, deze gasten reden hem waarschijnlijk maar 1 keer, en ik moest mezelf absoluut niet gek laten maken.

Ook deze ging dus zeer voorspoedig, na een stempel op de top te hebben gehaald ( ook hier was ik wederom in ruim twee uur ), schoot door mijn hoofd dat het tijd was de meest gevreesde te gaan doen, de Route de Forestiere. We daalden af naar Bedoin, om daar wederom een stempel te halen bij de fietsenmaker aan de start. En ik vertrok voor de derde beproeving over 24 km en 7 %. Hier heb je de eerste 8 kilometer dezelfde route als bij de eerste beklimming vanaf Bedoin, na 8,1 km is er een afslag het bos in, hier stopte de bevoorradingsauto. Hier zou ik namelijk van fiets wisselen. Jos mijn grote fietsinspirator, had mij voor deze missie zijn veldritfiets ter beschikking gesteld, ik hoefde alleen de trappers om te wisselen en dan kon ik hiermee het bos in. De fiets is de hele vakantie mee op route geweest, echter op het moment dat ik een van mijn pedalen wilde losdraaien zat deze zodanig vast dat ik besloot het slechte bospad op goed geluk dan maar op de eigen fiets te gaan doen. Deze 11,7 km door het bos en langs het ravijn waren de mooiste en tevens de zwaarste van deze missie. Wat was het pad hier slecht, twee keer onderuitgaan en een paar maal van de fiets af gemoeten omdat er gewoon geen pad meer was, tevens was de temperatuur naar een graadje of 35 opgelopen. Na 11.7 km kwam ik op het punt 5,5 km onder de top naar Malaucene. Mijn fiets had het gehouden en ik ook, maar dit was niet zonder slag of stoot gegaan, de hartslag was regelmatig richting 170 gegaan, en dat was uiteraard minder. Ook de hitte deed hier geen goed aan, drie bidons vocht gingen op dit stukje worstelen naar binnen. Het laatste stukje van deze route gaat dan zoals gezegd naar de top via de  Malaucene route, dit ging weer uitstekend.

Na drie uur worstelen was ik boven. Hierna volgde de afdaling naar Sault, zeer slechte weg wisselde af met nieuw wegdek. Deze afdaling ging echter zeer snel, en na gestempeld te hebben in het bureau voor toerisme, wilde ik aan de laatste beklimming beginnen, ware het niet dat een man me aansprak en vroeg of ik al was boven geweest, hieruit volgde een gesprek waaruit de man en zijn gezin me steeds meer verwonderd aan begonnen te kijken. Hij wilde dat ik poseerde en op de foto ging, en wenste me veel succes voor de laatste trip. Deze ging bijna perfect, ik had het gevoel dat ik nog over had en begon langzaam te versnellen, deze beklimming duurt 26 km maar tegen “slechts” 5 %, het zwaarste zit hem in het maanlandschap na Chalet Reynard. Mijn hartslag was prima tussen de 150 en 160 te houden, en ik nam me voor de laatste kilometers de hartslag naar de 170-180 te stuwen. Dit was niet zo moeilijk daar er voor mij een Italiaan aan het krabbelen was die bijna stil stond en ik wilde hem nog proberen te pakken voor de top. Maar ik genoot ook met volle teugen van het resultaat wat ieder moment zou gerealiseerd gaan worden. Bij het Tommy Simpson monument zag ik ook de man uit Sault nog die me met zijn gezin stond aan te moedigen en me vereeuwigde op zijn filmcamera. De laatste meters waren het mooist, mijn vrouw en de kinderen stonden te filmen en zeer enthousiast te juichen. Daar het nog redelijk druk was bovenop, stonden velen vragend te kijken wat er aan de hand was. Het maakte niet meer uit, het doel is gehaald, ik heb het Cingle ( malloot )  ingeruild voor Galerien  ( slaaf ), en daar ging het om. Het schema heeft zijn werk meer dan goed gedaan, op naar het volgende doel.

Eerst volgde uiteraard nog de afdaling naar Bedoin, deze hoort ook nog bij de tocht, maar deze ging in een roes. Hierna de laatste stempel opgehaald bij de fietsenmaker.

 

Als je zoiets onderneemt is van belang dat je jezelf goed voorbereid, maar ook dat je mensen hebt die achter je staan om je tijdens trainingen en tochten kunnen ondersteunen. Zonder volgwagen met bevoorrading is het namelijk bijna niet te realiseren.

 

Dan als slot, ik heb over de hele tocht 12 uur en 19 minuten gedaan, waarvan 11 uur en 07  minuten gefietst.

John Mens