Rit 5 - Sprundel


Route: Sprundel

 

Clubrit TC De Markies – Sprundel

Volgens de website zou de rit naar Sprundel een keurige 68 kilometer bedragen, maar eenmaal thuis stond er toch een kleine 80 kilometer op de teller. Of het door een creatieve interpretatie van de route kwam of door de zomertijd die dit weekend zijn intrede deed, blijft de vraag. Diezelfde klok die een uur vooruit ging, zou zomaar ook de reden kunnen zijn geweest dat het peloton vanochtend wat kleiner was bij vertrek vanaf De Schelp.

 

Opvallend genoeg stonden de mannen die gisteren nog richting België trokken voor een fraaie editie van Gent-Wevelgem vandaag gewoon weer fris (of in ieder geval aanwezig) aan de start. Dat zegt iets over de moraal binnen de club.

 

De ochtend begon fris. Ondanks een vriendelijk zonnetje waren handschoenen en overschoenen allesbehalve overbodig. Bergen op Zoom werd netjes verlaten, twee aan twee, zoals het hoort. Toch viel het op dat sommige automobilisten minder geduldig waren dan anders. Eén bestuurder maakte het wel heel bont door met getoeter en hoge snelheid langs te razen, gevolgd door een demonstratieve sproeibeurt van zijn ruitenwissers. Je zou zo iemand bijna een keer de rust van een zondagochtendrit op de fiets gunnen.

 

Vandaag mochten we één gastrenner verwelkomen: Jacques Schuit. Zijn reputatie was hem al vooruitgesneld en dat bleek niet onterecht. Samen met Bas nam hij flink wat kopwerk voor zijn rekening — iets wat natuurlijk altijd gewaardeerd wordt.

 

Joop had minder geluk. Eerst verloor hij een bidon en niet veel later stond hij met een lekke band langs de kant. Het duurde even voordat duidelijk werd dat hij ontbrak. Daan snelde vooruit om de groep te informeren en er werd gewacht. In de frisse omstandigheden keek iedereen hoopvol achterom. Twee keer dachten we Joop te zien en stonden we al op het punt te vertrekken, om vervolgens toch weer in de remmen te knijpen. De derde keer was het raak: Joop keerde terug, samen met Rob en Amedeo. Dankzij de technische vaardigheden van Amedeo kon de rit gelukkig worden hervat.

 

Daarna verliep de tocht zonder noemenswaardige problemen. In de zon was het aangenaam, maar in de schaduwrijke en bosrijke stukken bleef het fris.

 

Bij de finales splitste de groep zich. Wat er bij de B is gebeurd, blijft voor mij een mysterie — wellicht volgt daar nog een apart verslag van. Met een man of vijftien gingen we verder in de A. De vraag was hoe de benen zouden reageren, zeker bij degenen die gisteren al flink hadden huisgehouden in België.

 

Jacques bepaalde meteen het tempo in de openingsfase van de finale. De rest leek nog wat af te tasten wat zijn aanwezigheid betekende. Toen we werden ingehaald door een groep oldtimers en de weg weer vrij was, besloot ik — bij afwezigheid van Reinier — de familietraditie voort te zetten en de eerste demarrage te plaatsen. Misschien wat vroeg, met een ongunstige wind, maar: no pain, no gain.

 

Tot mijn verrassing sloeg ik een gaatje. Bij de eerste bocht keek ik om en zag dat het verschil aanzienlijk was, dus besloot ik door te zetten. Met iets gunstigere wind kon ik het tempo nog wat opvoeren. Vlak voor de camping moest ik echter even in de remmen vanwege een auto die zich aan een wel heel optimistische inhaalactie waagde.

 

Op de Plantagebaan koos ik voor het fietspad en slalomde langs de hekken, in de hoop mijn voorsprong vast te houden. Na de rotonde draaide de wind tegen en richtte ik mijn blik op een groepje B-renners verderop — een mooi mikpunt.

 

Ter hoogte van de hoogspanningskabels voelde ik echter dat het peloton dichterbij kwam. Versnellen zat er niet meer in, dus het werd overleven en zo aerodynamisch mogelijk blijven rijden. Even flitste de gedachte door mijn hoofd of ik vandaag hetzelfde kunststukje kon uithalen als Mathieu van der Poel eerder deze week in de E3 Classic. Helaas bleek dat niet het geval.

 

Ik probeerde nog uit het zicht te blijven achter de Wouwse Tol, maar het was onvermijdelijk: zo’n 300 meter voor de finish werd ik ingerekend. In de sprint was het Charl die opnieuw zijn klasse toonde en de overwinning pakte. Rick en Daan maakten het podium compleet.

 

Na de finish bolde ik uit met het besef dat dit een uitstekende training was geweest richting de triotijdrit van over een paar weken. Dank aan Albert-Jan voor het afstopwerk — achteraf hoorde ik dat er nog renners waren die wilden meespringen, maar simpelweg niet goed gepositioneerd zaten.

 

Al met al een mooie rit, een enerverende finale en genoeg stof om na te bespreken bij het Strandhuys. Mijn verslag is wellicht wat eenzijdig, aangezien ik weinig heb meegekregen van wat er zich achter mij afspeelde — maar dat maakt de verhalen achteraf alleen maar interessanter.

 

Volgende week staat de rit naar Anna Jacobapolder op het programma. Be there!

 

Tot slot nog aandacht voor het clubje leden dat over twee maanden de Alpe d’Huez gaat beklimmen om geld in te zamelen voor het Duchenne Parent Project. Wil je bijdragen? Kijk dan op:
https://www.tcdemarkies.nl/alpe-dhuez-2026/inzamelactie