Rit 8 - Klein Zundert


Route: Klein Zundert

 

Clubrit TC De Markies – Klein Zundert 2026

 

Vandaag stond de rit naar Klein Zundert op het programma: een mooie lus van zo’n 81 kilometer. Onder leiding van ritkapitein Joe vertrok een opvallend grote groep vanaf De Schelp. Met zo’n peloton is het geen overbodige luxe dat iemand de lijnen uitzet — en dat deed Joe zoals we van hem gewend zijn. Dank!

Jacques Schuit was er vandaag opnieuw bij en begint inmiddels een vaste waarde te worden bij het vertrek. Daarnaast sloot ook een andere gastrenner aan, die afgelopen woensdagavond al had meegereden. Altijd leuk om te zien dat nieuwe gezichten te zien.

 

Het weer werkte goed mee: strakblauwe lucht en zon, al was het in de ochtend nog fris. De verhouding korte broek versus lange broek was mooi in balans. De wind hield zich aanvankelijk koest, maar we zouden later merken dat hij zich toch nadrukkelijk met de finale wilde bemoeien.

Er waren ook sportieve prestaties te vieren. Rick sloot weer aan na een indrukwekkende marathon in Milaan, Amedeo had gisteren nog de Amstel Gold Race getrotseerd, en ondergetekende mocht zich sinds vrijdag kampioen noemen met zijn tafeltennisteam. Ook mooi om Esther, Mark en Jan weer in de groep te zien.

Vanaf het begin zat het tempo er goed in. Bas en Jacques namen het voortouw en leken een soort stilzwijgende afspraak te hebben gemaakt om de kop vooral niet meer af te staan. Hulde — want het peloton draaide daardoor als een geoliede machine richting Klein Zundert.

 

We reden vandaag hoofdzakelijk over de wegen waar we recentelijk nog overheen waren gekomen tijdens de rit naar Sprundel.  Maar waar we tijdens de Sprundelrit nog werden opgehouden door pech, bleef de pech vandaag gelukkig achterwege. Wel was het opletten geblazen op de weg. Auto’s die hun inhaalactie moesten afbreken zorgden voor wat onrust, en rond Achtmaal was het een drukte van belang met tractoren in verband met een trekker-trek evenement. Maar zoals altijd hield iedereen het hoofd koel en de handen strak aan het stuur.

 

Onderweg nog een interessant nieuwtje: Albert-Jan krijgt binnenkort een nóg sneller Canyon-frame. Iets met garantie en topservice. De rest van de club weet dus wat hen te wachten staat — alsof het nog niet snel genoeg ging.

De kilometers vlogen voorbij, totdat de bekende splitsing voor de finales zich aandiende. Met zo’n grote groep verwacht je vuurwerk in de A, maar verrassend genoeg bleven we met een man of tien over. Tim en ik zaten bij de start van de finale iets te ver van achteren en moesten meteen aan de bak om aan te sluiten. En dat betekende: eerste tekenen van verzuring al voordat het echte werk begonnen was.

Eenmaal aangesloten barstte het direct los. De wind stond inmiddels strak op kop en Jacques en Albert-Jan draaiden de gaskraan volledig open. De achterdeur stond wagenwijd open en één voor één moesten renners lossen. Het was happen naar adem, benen die langzaam volliepen en hier en daar al het eerste denkbeeldige schuim op de mond.

 

Tim en ik reden constant in het rood om gaten dicht te rijden — geen ideale positie, maar wel karaktervormend zullen we maar zeggen. Jochem Nieuwdorp was de laatste die het tempo van voren moest laten gaan, terwijl Charl zich zoals altijd listig in het wiel nestelde.

Net voor de eerste bocht naar rechts wist ik de aansluiting te maken met het leidende drietal. Even omkijken leerde dat Tim het nét niet redde. Vanaf dat moment was het oorlog. Albert-Jan lanceerde een aanval, werd teruggepakt, waarna Jacques er weer overheen ging. Het was een aaneenschakeling van demarrages waarbij de verzuring inmiddels serieus in de bovenbenen beet. Het was niet meer de vraag óf het pijn deed, maar hoeveel.

Op de Westelaarsestraat werd het echt een slagveld. Pijlen vlogen over en weer, en ik zat vooral in de rol van brandjes blussen. Elke keer dat ik een gaatje dichtreed voelde het alsof er weer een schep melkzuur bij kwam. Toen Albert-Jan opnieuw versnelde, ter hoogte van de hoogspanningsmasten, moest ik even passen — de tank leek leeg.

 

Maar op de Zoomvlietweg viel het tempo kort stil. Dat moment van twijfel was precies wat ik nodig had om met de laatste restjes energie weer aan te sluiten. Even op adem komen zat er niet in, want achter de Wouwse Tol volgden alweer nieuwe pogingen.

Jacques plaatste nog een laatste alles-of-niets aanval, maar ook die werd geneutraliseerd. In de laatste honderden meters besloot ik zelf nog één keer aan te zetten. Alles geven, kop omlaag, ogen op oneindig — het bekende recept.

Maar toen hoorde ik het onmiskenbare geluid van een zwaar verzet dat naast me op gang kwam. Dat geluid waar je als wielrenner een lichte allergie voor ontwikkelt. Zonder te kijken wist ik genoeg: Charl.

 

Met ogenschijnlijk gemak pakte hij opnieuw de overwinning, met zelfs tijd om nog even achterom te kijken. Ik kwam als tweede over de streep, met Albert-Jan en Jacques kort daarachter. Volledig leeg, benen verzuurd en met het gevoel dat het laatste beetje energie er onderweg ergens uit was gelopen.

Conclusie van de dag: diep gegaan, alles gegeven, en opnieuw geleerd dat het oude spreekwoord nog altijd klopt — drie vechten om een been en Charl gaat ermee heen.

 

Na afloop reden we gezamenlijk terug naar Het Strandhuys, waar in het zonnetje de verhalen alleen maar sterker werden en de verzuring langzaam plaatsmaakte voor tevredenheid. Precies zoals een zondag hoort te zijn.

 

Huub Schijns