Rit 26 - Prinsenbeek
Route: Prinsenbeek
De columnist wordt gemist
Wouter is inmiddels ruim een week geleden overleden. Zijn kennis, humor en vlotte pen worden meer dan ooit gemist bij de tumultueuze rit van dit weekend naar Prinsenbeek.
Kapitein Lars spreekt de troepen vooraf toe met het dringende verzoek ons vooral “niet te ergeren” aan het bochtige parcours. Vervolgens vertrekken we met piepende bandjes en 34kilometer per uur via de Heimolen richting Prinsenbeek. Stel je voor dat René van Dongen gisteravond net twee flesjes Chardonnay achter zijn kiezen heeft. Dan kan ik me voorstellen dat zijn hartslag meteen tot aan zijn kin stijgt.
Ik herinner me deze rit nog van de vorige keer. Lars en ik hadden toen een bescheiden akkefietje, waarvoor ik het persbericht al had klaarliggen: Verschil van inzicht over de te volgen strategie leidt tot breuk binnen TC De Markies.
Lars is natuurlijk niet alleen kapitein, maar ook begenadigd coureur. Dat betekent dat zelfs een zeer bochtig parcours, vol smalle wegen en fietspaden, op koersachtige wijze wordt aangesneden. Althans, zo ging het vorig jaar. Ik liet toen een getelefoneerd gaatje vallen om Lars indirect op de snelheid te wijzen. Ook de lange kopbeurt van onze nieuwe ster Tim leek overigens niet onvoorbereid.
Maar goed, Lars en ik zijn allebei sociale dieren - sociale, liefdevolle mensen, bedoel ik. Tijdens deze rit kunnen we er samen smakelijk om lachen. Want, lieve fietsvrienden, we doen dit allemaal voor de ‘leuk’. Weet je nog?
Ook mijn eigen fantastische prestatie komt onderweg ter sprake: ik heb geheel op eigen kracht de afstand tussen Scherpenisse en Tholen per fiets afgelegd. Dat is uiteraard een grote knipoog naar wielrenners die steeds nieuwe uitdagingen voor zichzelf creëren, om vervolgens trots te zijn dat ze die geheel op eigen kracht hebben volbracht. Voor mij was de rit van Scherpenisse naar Tholen vanzelfsprekend een ware uitputtingsslag, zoals je zult begrijpen.Desondanks: kleppers die op hoog tempo bergen bedwingen zijn overwinnaars op zichzelf.
Bij een rit als deze, die maar één keer per jaar op de agenda staat, weet je dat er van alles kan gebeuren. De onrust is al bij het harde vertrek voelbaar, wanneer Amadeo bijna in botsing komt met een scooter - zo begreep ik. Ook daarna blijft het opletten. Het parcours telt veel fietspaden, waaronder behoorlijk smalle, met tegenliggers die zowel links als rechts kunnen opduiken. Tel daar de haakse bochten, de overgangen naar de rijbaan en enkele onverwachte manoeuvres bij op, en je begrijpt dat de aandacht geen moment mag verslappen.
In de voorste linies proberen we daarom vooruit te kijken en tegelijkertijd achteruit te denken. Zodra er tegenliggers aankomen, gaat de arm omhoog en volgt een zwaaiende beweging naar links of rechts. Niet als aanmoediging om harder te rijden, maar als teken dat het peloton smaller moet worden. Ondertussen trekken we de snelheid op sommige stukken toch flink door. Uiteraard is dit alles niet aan de kapitein te wijten, maar aan het parcours.
Het roept bij mij wel een hoofdvraag op: in hoeverre zijn wij in staat ons gedrag, vanuit enig omgevingsbewustzijn, aan te passen aan de omstandigheden? Sommige parcoursen zijn zo vertrouwd dat we ze bijna gedachteloos rijden. Maar wat gebeurt er wanneer de omstandigheden iets anders van ons vragen?
Met Huub, (opnieuw) vader in spe, spreek ik in dat licht over het maken van keuzes. Vanuit enige theologische achtergrond zie ik daarin meteen een bijna eeuwige opdracht: het juiste onderscheid maken, of juist de eenheid vinden, tussen wat mogelijk en wat noodzakelijk is. Dat is de kunst bij alles in het leven, dus ook bij het fietsen. Wie die synthese weet te vinden, leert zichzelf kennen, doet goed aan de ander en gaat zorgvuldig om met alles wat hem gegeven is.
Om vervolgens maar meteen verder de diepte in te gaan, spreek ik met Huub ook over het kwaad. Want wat is het kwaad eigenlijk? Het kwaad is de verheffing van de eigen wil: meer willen doen dan je kunt, meer doen dan je gegeven is of dingen doen die je niet kunt. In dat licht is Richard natuurlijk een toonbeeld van het kwaad, afgaand op zijn gedrag in finales 😉.
Zelf heb ik moeten leren dat A-finales en woensdagavondrondjes niet bij mijn karakter en kwaliteiten passen. Dat betekent dat ik, nadat ik mijn werk in de voorste linies heb gedaan, de finales doorgaans moet laten lopen. Ondertussen wacht Piet aan het einde van de finale met zijn inmiddels vertrouwde vraag: “Is Bas er al?”
Vanaf Hoeven - ook wel ‘ho-even’ genoemd - keren we langzaam terug op vertrouwd parcours. Onder relatief bekende omstandigheden, met wat bredere wegen, kunnen we ons gedrag opnieuw aanpassen. De snelheid mag weer omhoog en zo rijden we op gepaste wijze richting de finales. Ondertussen vertelt Jochem me enkele smakelijke details over zijn vakantie met het gezin.
Richting de B-finale merk ik dat we bij de rotonde bij Wouwse Plantage wel erg voortvarend de rijbaan opdraaien. Met mijn beperkte koerskwaliteiten kies ik toch maar voor het fietspad. Daardoor moet ik het pelotonnetje van de B-finale laten gaan.
Ook Arnold rijdt vlak voor de splitsing al achterin, met een dikke snottebel onder zijn neus. Knap hoe hij weet te volgen. Bij de rotonde bij Wouwse Plantage toonde hij vervolgens onvervalst Markiezengedrag: huppekee, achter het groepje aan dat richting Heerle en de finale rijdt. Zo laat een echte Markies zien dat het hem menens is.
Zelf sluit ik bijna als laatste aan bij de A-groep, die mij dan al is gepasseerd. Samen met Rick - die dubbel heeft genoten van een stroopwafel en met zijn cameraatje inmiddels een soort Reinier 2.0 is - rijd ik terug naar de samengevoegde A- en B-groep.
Gezamenlijk zetten we koers naar huis. Ook dat gaat met 35 kilometer per uur, dus om met Walter te spreken: “we rijden rustig Bergen in/uit”. Achteraf blijkt dat Albert en Jochem tijdens de A-finale ternauwernood aan een valpartij zijn ontsnapt.
Tijdens de koffie belt Jan Mens met Lars: Arnold is gevallen. Jan is dan al ter plaatse en zorgt voor de eerste hulp, steun en coördinatie. Op de overgang van de Zuidoostsingel naar de Zuidwestsingel is Arnold door een gootje gereden, waarna hij blijkbaar zijn evenwicht heeft verloren en tegen enkele paaltjes is geklapt. Na het telefoontje rijden Arjan, Albert en ik terug naar Arnold.
Wanneer wij arriveren, staat de ambulance er al. Een politieauto blokkeert een deel van de weg en Arnold ligt in een soort foetushouding om een paaltje heen gekronkeld.
Het opvragen van zijn gegevens bij ons door de politie verloopt gelukkig relatief soepel. Complimenten aan ons bestuur, dat deze zaken uitstekend op orde heeft. Via de telefoon van Arjan worden Arnolds gegevens snel gevonden. Juist op zo’n moment blijkt hoe belangrijk het is dat het fundament van de club stevig staat: als er iets gebeurt, kunnen we onmiddellijk contact opnemen met de familie.
Er moet een tweede ambulance worden opgeroepen om Arnold voorzichtig op een zachte tussenbrancard en vervolgens op de echte brancard te krijgen. Ik kniel even bij hem neer. Dan verschijnt de kenmerkende ‘zachte’ lach die ik zo goed van hem ken. Hij herkent me. We maken ons zorgen, omdat zijn arm en been - volgens mij aan de rechterzijde - enige uitval lijken te vertonen.
Arnold wordt naar het ziekenhuis in Tilburg gebracht. De ambulanceverpleegkundige heeft contact met zijn vrouw Tanja. Je krijgt natuurlijk de schrik van je leven wanneer je wordt gebeld omdat je man een wielerongeval heeft gehad. Daar weten ze bij mij thuis inmiddels ook alles van. Voor zover ik begrijp, wordt Tanja opgehaald en gaat zij met de ambulance mee richting Tilburg. We worden er stil van. Zo zie je maar: grote bekken, kleine hartjes wanneer het erop aankomt.
Arjan besluit Arnolds fiets en schoenen mee te nemen. Aanvankelijk wil ik dat doen, maar voor Arjan is het praktischer, omdat hij ook richting De Plaat moet.
Op de foto’s zie ik ondertussen dat TC Bosters opnieuw goede zaken heeft gedaan in de A-finale. Eén lid van TC Bosters ontbreekt op de foto, maar die zal ongetwijfeld als vierde zijn geëindigd. Of Charl heeft daar misschien enige invloed op gehad.
Inmiddels is er een nieuwe update over Arnold. De schade aan zijn hoofd lijkt vooralsnog mee te vallen en het gevoel in zijn benen is teruggekomen. Met zijn armen en handen gaat het helaas minder goed. Afgelopen nacht heeft hij een lange operatie ondergaan, die naar wens is verlopen. Nu is het hopen dat ook daarin het gevoel terugkomt. Voorlopig blijft het dus afwachten.
Ik besluit naar huis te gaan en denk aan Wouter. Hij zou van deze gedenkwaardige rit ongetwijfeld een veel smakelijker verslag hebben gemaakt.
Tegelijkertijd kijken we alweer vooruit naar de rit van volgende week, richting de Zeelandbrug. Die brug gaat echter vijf weken dicht. Daan moet dus even opletten of we niet in de problemen komen doordat de hekken voor de afsluiting, die een dag later ingaat, al klaarstaan. Misschien blijft de route voor langzaam verkeer nog wel beschikbaar.
Tot slot. Een route kun je voorbereiden, een snelheid kun je afspreken en voor de finales kun je zelfs een strategie bedenken. Maar uiteindelijk laat geen enkele rit zich volledig regisseren. Onderweg vragen de omstandigheden steeds opnieuw om een inschatting van wat mogelijk, verstandig en op dat moment nodig is.
Misschien is dat ook wat Wouter zo goed begreep. Een wielerrit wordt niet memorabel door het aantal kilometers of de gemiddelde snelheid, maar door de verhalen die onderweg ontstaan. Hij wist die verhalen met kennis, humor en een vlotte pen te vangen. Nu hij er niet meer is, merken we pas hoeveel meer hij zag dan alleen het peloton.
Voor Arnold hopen we nu vooral op herstel en op terugkeer van het gevoel in zijn armen en handen. Volgende week staan we opnieuw aan het vertrek. We maken grappen, creëren onze eigen uitdagingen en rijden natuurlijk weer ‘rustig’ Bergen in én uit. Maar ergens tussen de bochten, de finales en de koffie zal opnieuw worden gevoeld wat vandaag zo duidelijk werd:
de columnist wordt gemist.
.
.