Rit 28 - Vlietdijk
Route: Vlietdijk
Is apparaatdeformatie een womanizer?
Bij vertrek blijkt dat de vrouw van Charl vandaag zeventig wordt. Hij deelt ons vooraf mee dat hij daarom niet met de A-finale, maar met de B-finale meegaat. Die A-finale wint hij normaal gesproken, dus dat belooft nog wat te worden. Charl wil vooral op tijd terug zijn voor het verjaardagsfeest. Een nobel streven, al zullen we onderweg merken dat tijdsdruk zich moeiteloos over het hele peloton verspreidde.
Ook Rob Naaijkens is weer van de partij. Hij woont opnieuw in Halsteren, samen met zijn Thoolse Corrie, en rijdt weer eens een ritje met ons mee. Rob is gestoken in een olijfgroen pak en draagt zijn kenmerkende jongensachtige glimlach. Gezien zijn fitheid lijkt hij nog altijd een dertiger.
Esther constateert bij Rob een rood knipperend achterlichtje. Veel wielrenners rijden tegenwoordig met zo’n lampje, maar Esther, puristisch als ze is, en dat is een compliment, vraagt zich af waarom dat ding ook overdag aan moet staan. En waarom moet het dan ook nog knipperen, terwijl we bij vol daglicht rijden?
Ze besluit het lampje uit te zetten en introduceert daarbij een prachtig begrip: apparaatdeformatie. Daarmee bedoelt ze de neiging om een apparaat of een functie te gebruiken, enkel omdat die beschikbaar is. Of die functie op dat moment ook nodig is, doet er kennelijk niet meer toe. Het apparaat bepaalt langzaam ons gedrag.
Het roept meteen een andere vraag op. Zouden vrouwen mannen juist aantrekkelijk vinden wanneer die zich niet voortdurend door apparaten laten leiden? Misschien heeft een echte womanizer helemaal geen knipperend lampje nodig om gezien te worden.
Charl besluit samen met Gaettano de kop te nemen. Met de zuidoostenwind in de rug rijden we met piepende bandjes via Moerstraten richting de Boompjesdijk en de Vlietdijk, iets ten westen van Dinteloord.
Maar wat ik in ieder geval kan zeggen: de heilige onrust is vanaf het vertrek voelbaar.
Net voor de afslag van de Steenbergseweg naar de Boompjesdijk meen ik bij Arjan aanvankelijk een blaadje tussen zijn rem te horen. Het blijkt toch een lekke band te zijn. Zo’n lekke band doet natuurlijk geen goede zaken wanneer het hele peloton is afgestemd op een trillingsfrequentie van haast.
Ik heb daar ooit een boek over gelezen: Verhoog je trillingsfrequentie van Penney Peirce. Volgens Peirce heeft ieder mens een persoonlijke kernfrequentie die mede bepaalt hoe hij zichzelf en de wereld ervaart. Waar je innerlijk op bent afgestemd, straal je uit. En wat je uitstraalt, krijg je vanuit je omgeving als een spiegel terug.
Straal je rust uit, dan ontstaat er ruimte. Straal je haast en stress uit, dan krijg je onrust terug. Ik noem dat soms ook materialisatie: datgene wat wij uitstralen, wordt in fysieke vorm op ons pad gelegd.
Tijdens deze rit gebeurt dat wel heel letterlijk. Vanuit onze heilige onrust lijken we voortdurend onverwachte tegenliggers te materialiseren. Automobilisten, wielrenners en andere weggebruikers duiken telkens precies op waar de ruimte het kleinst en onze snelheid het hoogst is. Alsof het universum ons steeds opnieuw wil vragen: wilden jullie graag haast? Alsjeblieft, hier hebben jullie iets om je over op te winden.
Nadat Arjans band is gerepareerd, vertrekken we opnieuw met vliegende vaart. De verloren tijd moet tenslotte worden ingehaald. Aan de westzijde van Dinteloord belanden we op een soort dijkachtige viersprong. We komen van hoog, moeten naar beneden, maar kiezen juist voor de hoge weg de dijk op.
Die blijkt dood te lopen.
Ook dat heeft, schat ik in, iets te maken met de gehaaste manier waarop we vandaag rijden. Onze trillingsfrequentie staat op haast en het universum antwoordt met een doodlopende dijk.
We draaien om, rijden Dinteloord aan de westkant binnen en gaan rechtdoor richting Stampersgat. Dan volgt een nieuwe stop, ditmaal voor een plaspauze. De wind is ondertussen gedraaid en ook op de voorposten hebben enkele wisselingen plaatsgevonden. Via Gastels Veer rijden we verder. Vlak nadat we de route richting de suikerfabriek willen nemen, volgt weer een lekke band. Ditmaal bij Machiel.
Opnieuw hebben we enige tijd nodig. We staan op een soort hoog-laagkruising van dijken en hebben ons daar heerlijk onhandig opgesteld. Voor iedere passerende automobilist en wielrenner moeten we weer aan de kant. Onze trillingsfrequentie wordt kennelijk zonder enige vertraging door het universum beantwoord.
Dan komt Cees Valkenburg voorbij.
Cees is inmiddels 84 jaar oud, fietst nog iedere dag en ziet er fantastisch gesoigneerd uit. Volgens oud-lid John Boer en Peet Schijven was Cees vroeger bovendien een echte womanizer. In een lange leren jas wist hij met zijn voorkomen en uitstraling kennelijk wel raad met de dames.
Ook Niels ziet er zoals altijd gesoigneerd uit. Vandaag draagt hij fraaie aerosokken. Een moderne womanizer, zou je kunnen zeggen. Samen constateren we dat we er onmiddellijk voor zouden tekenen als wij er op ons 84ste nog zo bij zouden rijden als Cees.
Misschien heeft ook dat met frequenties te maken. Sommige mensen komen voorbij en stralen rust, levenslust en vanzelfsprekende klasse uit. Cees hoeft op zijn 84ste niets meer te bewijzen. Hij fietst gewoon langs en laat een peloton mannen van doorgaans middelbare leeftijd achter met het verlangen later precies zo oud te mogen worden.
Ondertussen komen er niet alleen tegenliggers, maar ook kippen, katten en honden voorbij. Alles en iedereen lijkt zich te voegen naar onze heilige onrust om deze rit zo snel mogelijk af te werken. Wat vandaag in onze hoofden zit, wordt onderweg keer op keer in tastbare vorm voor onze wielen gelegd.
Tijdens de lekke band raken we ook aan de praat met Stef, gastrijder en potentieel nieuw lid. Je ziet het onmiddellijk: dit is een mogelijke A-renner. Met hem spreken we over de clubkas van De Markies, die het liefst zo leeg mogelijk moet zijn.
Penningmeester Arjan zegt terecht, althans zo interpreteer ik zijn woorden, dat een vereniging haar geld ten gunste van haar leden moet besteden en niet moet oppotten. Een gezonde clubkas is dus geen volle clubkas, maar een kas waaruit zichtbaar iets terugvloeit naar de leden. Ook geld moet kennelijk blijven stromen om energie te behouden.
Tijdens de rit spreek ik nog even met Daan. Hij worstelt met zijn hart, of beter gezegd met zijn hartritme. Ook dat is een soort frequentie, maar wel eentje die op de juiste manier moet blijven tikken en functioneren. Daar willen we natuurlijk geen problemen mee hebben.
Sterkte, Daan. Een jongen met zo’n groot hart moet het niet aan zijn hart hebben!
Ik bied hem aan om samen terug te rijden, maar uiteindelijk blijkt dat niet nodig. Door alle lekke banden, plaspauzes en andere vertragingen besluiten veel renners eerder om te keren. Charl moet natuurlijk de zeventigste verjaardag van zijn vrouw gaan vieren en is dan al vertrokken. Ook een lid van TC Bosters haakt voortijdig af.
In de buurt van Wouw besluit ik eveneens terug te draaien. De dag ervoor heb ik op zaterdag nog een extra spinningles verzorgd, naast mijn reguliere lessen op maandagmiddag. Die inspanning zit kennelijk nog enigszins in de benen. Voordat we ons tijdens deze rit druk maken over tijd, snelheid en vertraging, heb ik dus al vrijwillig binnen op een fiets gezeten die geen meter vooruitkomt.
Misschien is dat wel de zuiverste vorm van apparaatdeformatie.
Op de foto’s in de app zie ik later dat onze nieuwe ster Tim de A-finale heeft gewonnen. Heel goed, jongen. Tijdens de rit heb je nog wat aan bermbalanceren gedaan, maar deze jongen ontwikkelt zich zo snel dat het podium hem volledig toekomt.
Dan moeten we het toch nog even hebben over de chaos rond de ZLM Tour. Ik heb de filmpjes gezien van René Been, die op de bus zat. Zelf heb ik die middag mijn intuïtie niet gevolgd. Toen ik met de auto terugreed, zei ik nog tegen mezelf: neem nu de achteruitgang bij Intratuin, steek via de Nieuwe Molenweg het viaduct over en vermijd zo de Randweg.
Toen ik kwam aanrijden, dacht ik: ach, het valt eigenlijk nog wel mee.
En dat heb ik geweten.
Na drie kwartier vertraging moest ik uiteindelijk alsnog de route nemen die mijn intuïtie mij vanaf het begin al had ingefluisterd. Het was één grote chaos in de stad. Blijkbaar stond niet alleen ons peloton die dag op een trillingsfrequentie van haast, stress en verkeerde keuzes. De hele omgeving trilde gezellig met ons mee.
De vraag is daarom welke prijs we willen betalen voor het organiseren van zulke fietsevenementjes. Misschien moeten we de finish voortaan gewoon in de gemeente Woensdrecht leggen. Daar weten ze tenminste raad met de organisatie van wielerevenementen.
Zo blijkt aan het einde van de dag dat alles met elkaar samenhangt. Een knipperend achterlichtje, de haast van Charl, twee lekke banden, een doodlopende dijk, een stoet onverwachte tegenliggers, een verstoord hartritme, een womanizer van 84 en een volledig vastgelopen stad.
Misschien had ik beter naar mijn intuïtie moeten luisteren. Misschien moeten wij als peloton wat zorgvuldiger kiezen op welke frequentie we ons afstemmen. Want wie vanaf de start haast en onrust uitstraalt, krijgt onderweg precies hetzelfde terug. Soms als lekke band, soms als doodlopende weg en opvallend vaak als tegenligger.
Esther zag het al voordat we goed en wel vertrokken. Wij denken dat wij onze apparaten bedienen, maar ondertussen bepalen die apparaten wanneer we kijken, reageren, versnellen, knipperen en stoppen. Zelfs wanneer een functie overbodig is, blijven we haar gebruiken.
En misschien geldt dat niet alleen voor onze achterlichtjes. Ook wijzelf blijven soms knipperen, jagen en versnellen, lang nadat de noodzaak verdwenen is.
Zouden vrouwen mannen dan inderdaad aantrekkelijker vinden wanneer die zich niet voortdurend door hun apparaten laten leiden? Als Esther enigszins representatief is, zou dat zomaar kunnen. Misschien is de echte womanizer wel de man die geen knipperend lampje nodig heeft om gezien te worden maar gewoon een bus bestuurt (of is dat ook een apparaat?).
Of Cees Valkenburg werkelijk zo’n womanizer was, laat ik graag aan Peet Schijven en John Boer. Of onze heilige onrust zich onderweg daadwerkelijk heeft gematerialiseerd, mag iedereen zelf beoordelen.
Maar een rood achterlicht laten knipperen omdat die functie er nu eenmaal op zit?
Dat is zonder enige twijfel apparaatdeformatie.
(en nu dit artikel klaar is vraag ik me af: is licht ook een trilling?)